Abdulkadir Osman (25) kwam vier jaar geleden naar Nederland vanuit Somalië en verblijft sindsdien in Amsterdam. Zijn pad van het asielopvangcentrum naar stabiele huisvesting in de stad weerspiegelt een van de belangrijkste thema’s van de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026: huisvesting en integratie van nieuwkomers.
Ik bezoek Abdulkadir in zijn studio van 21 vierkante meter in een gebouw in Amsterdam-Zuid, waar vooral studenten wonen. Zelf studeert hij informatietechnologie en werkt hij parttime in de logistiek. De kamer kijkt uit op station Amsterdam RAI; vanuit zijn raam ziet hij de hele dag treinen komen en gaan, als een constante herinnering aan verbinding en beweging.
De ruimte is eenvoudig maar met zorg ingericht: een eenpersoonsbed tegen de muur, een kleine televisie, een compact bureau met daarop zijn laptop en een nette stapel schriften. In de keuken is het basiskeukengerei op de planken uitgestald. Na jaren van onzekerheid staat deze kamer voor Abdulkadir voor onafhankelijkheid en controle.
“Toen ik voor het eerst in Amsterdam kwam, was ik bang,” vertelt Abdulkadir. “Het is een grote stad en ik was alleen. Ik wist niet waar ik moest beginnen.” Zoals veel statushouders verbleef hij eerst in een asielopvangcentrum. Later, nadat hij een verblijfsvergunning kreeg, deed hij mee aan een logeerregeling en woonde hij via Takecarebnb bijna vijf maanden bij een Nederlands gastgezin. Aanvankelijk twijfelde hij. “Ik zag de aankondiging op kantoor, maar ik was niet meteen geïnteresseerd. Pas toen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers contact met me opnam en ik met mijn familie had overlegd, ging ik akkoord.”
Kloof
De ervaring veranderde zijn kijk op de samenleving. “In het asielcentrum voelde ik me alsof ik weliswaar in de stad woonde, maar er toch buiten stond. Er was een kloof tussen mij en de Nederlandse burgers,” zegt hij. Zijn tijd bij het gastgezin hielp hem zijn Nederlands te verbeteren en de samenleving beter te begrijpen. “Ik merkte dat we meer op elkaar lijken dan ik dacht.”
Al bijna tweeënhalf jaar woont Abdulkadir in zijn huidige woning in Amsterdam-Zuid. Hij betaalt huur en deelt het gebouw met veel jonge bewoners, waaronder studenten. “Hier voel ik me gelijkwaardig,” zegt hij. “Of iemand nu Nederlands is of vluchteling, iedereen wordt hetzelfde behandeld. Dat geeft mij het gevoel erbij te horen.”
Het vinden van stabiele huisvesting was dus een beslissende factor in zijn leven. “In het asielcentrum is je belangrijkste zorg dat je een woning krijgt. Je kunt je toekomst niet echt plannen. Pas als je dat gevonden hebt, groeit je motivatie.” Hij vergelijkt de stabiliteit met wortels in de grond; “Het laat je groeien.”
Realistisch
Toch blijven er ook onzekerheden. Abdulkadir staat ingeschreven bij een sociale woningcorporatie, het systeem voor de verdeling van sociale huurwoningen in de regio, maar hij begrijpt niet precies wat zijn positie op de wachtlijst is. Ook is hij onzeker over de voorwaarden en de looptijd van zijn huidige huurcontract. “Sommige dingen zijn voor mij niet helemaal duidelijk, vooral hoe lang ik kan blijven en hoe een verlenging in zijn werk gaat.”
Voor statushouders die hun verblijfsvergunning in 2021 of eerder hebben ontvangen, bieden de komende verkiezingen een kans om invloed uit te oefenen op het lokale huisvestingsbeleid. Abdulkadir vindt dat vluchtelingen in politieke debatten vaak negatief worden neergezet. “We worden gepresenteerd als een probleem,” zegt hij. “Maar we kunnen juist deel uitmaken van de oplossing. Veel jonge vluchtelingen studeren, werken en dragen bij.”
Op de vraag of hij van plan is te stemmen, antwoordt Abdulkadir dat hij voor praktische oplossingen is. “Ik wil een partij die realistisch is en niet extreem,” legt hij uit. Een partij die toeziet op wat stemmers echt nodig hebben. Huisvesting is voor hem niet alleen een plek om te slapen. Het is de basis om onderwijs te kunnen volgen, te werken en deel te nemen aan de samenleving. In zijn kamer van 21 vierkante meter met uitzicht op het spoor vormt zich nu een toekomst die ooit onbereikbaar leek.
Auteur: Kamiran Sadoun
Fotograaf: Fadel Dawod
Met dank aan Takecarebnb
Huisvesting en nieuwkomers in Amsterdam
Amsterdam kampt met een ongekende woningcrisis. Met een geschat tekort van 350.000 woningen in heel Nederland, waarvan een aanzienlijk deel de hoofdstad treft, is het vinden van een appartement zeer moeilijk geworden (remoters.io). De wachttijd voor sociale huurwoningen bedraagt in veel gebieden gemiddeld 13 tot 15 jaar, volgens WoningNet.
Ali Jawad (37) komt uit Libanon en woont nu in Amsterdam. Hij kreeg zijn verblijfsstatus in 2021, na een moeilijke reis door asielzoekerscentra. Mentale gezondheid is voor hem cruciaal. Zonder goede zorg verlies je je grip op het leven, zegt hij. Nu helpt hij anderen en roept hij mensen op om te gaan stemmen.
Ali vluchtte uit Libanon vanwege uitdagingen op persoonlijk vlak en in de samenleving. In zijn thuisland studeerde hij muziek en theater, gevolgd door een post-hbo in muziektherapie. Hij werkte zes jaar met kinderen, bood psychologische steun en behandelde trauma’s met muziek. “Dat gaf me een gevoel van zingeving,” vertelt hij.
Maar in Nederland begon alles anders. Vol hoop arriveerde hij in mei 2019. “Er was vreugde. Ik dacht: eindelijk bouw ik hier een leven op.”
De realiteit sloeg hard toe. Na zes maanden kwam de schok. Lang wachten voor het krijgen van een verblijfsstatus, verhuizingen tussen asielzoekerscentra in Budel, Wageningen en Arnhem. Elke keer moest hij weer stoppen met zijn therapeut en ergens anders opnieuw beginnen. “Dat brak de verbinding,” zegt Ali. “In therapie zijn relaties en vertrouwen alles. Maar ik wist: ik zal niet lang in hetzelfde AZC blijven.” Hij voelde zich geïsoleerd. “Ik begreep niemand om me heen. Gesprekken vlogen voorbij, maar ik stond erbuiten.”
Taal als muur
Ali worstelde met zijn genderidentiteit, angst, depressie en PTSS van de oorlog in Libanon. “Het eerste jaar had ik nog kracht. Na een jaar kwam de wanhoop.” Taal was als een muur: therapie in Engels voelde oppervlakkig. “Ik wilde Arabisch, mijn moedertaal. Een tolk helpt niet bij gevoelig liggende pijn.” Sollicitaties vanaf 2022 liepen vast. “Amper sollicitatiegesprekken. Ik voelde me nutteloos.”
In Amsterdam vond hij langzaamaan steun. Zijn huisarts verwees hem door, ondanks wachttijden. In het OLVG-ziekenhuis deed hij EMDR; ‘Eye Movement Desensitization and Reprocessing’, therapie om nare, traumatische herinneringen te verwerken. “Daardoor herstelde ik enorm.” Nu volgt hij al meer dan een jaar therapie bij Kaleidos, een organisatie die gespecialiseerde therapie voor lhbti-personen aanbiedt.
BOOST Amsterdam werd zijn anker: “Geen therapie, maar activiteiten zoals muziek en taal. Ik ontmoet mensen, voel me thuis.” Als vrijwilliger vertaalt hij, helpt hij met e-mails en neemt hij deel aan muziekgroepen. “Ik herken hun verhalen: eenzaamheid, taalbarrières, een gevoel van minderwaardigheid. We dragen allemaal trauma’s mee.”
Stem voor verandering
Ali ziet hoe mentale problemen integratie blokkeren. “Nieuwkomers voelen zich alleen tot ze de taal beheersen. Een therapeut in je eigen taal geeft hoop.” Hij pleit voor verandering. “Er moeten therapeuten zijn die de moedertaal van de cliënt spreken. Het systeem beperkt zich tot Nederlands of Engels.” Voor de gemeente: meer cultuursensitieve zorg, kortere wachtlijsten.
Mentale gezondheid kleurt Ali’s stem bij de gemeenteverkiezingen. In Libanon stemde hij niet: “Wat maakte mijn stem uit?” Hier veranderde dat. “Toen ik me deel van de samenleving voelde, besefte ik: stemmen verandert dingen.” Hij adviseert statushouders: “Wees nieuwsgierig. Vraag wat partijen te bieden hebben. Stemmen verbindt je met de cultuur.” Voor Ali staat stemmen voor herstel. “Samen krijgen we betere hulp. Het is ons recht en onze plicht.”
Auteur: Hisham Arafat
Fotograaf: Fadel Dawod
Mentale gezondheid statushouders in Amsterdam
Veel statushouders in Amsterdam kampen met psychische problemen: 40% met depressie, 35% met angststoornissen, en 33,5% met PTSS (GGD Amsterdam, 2023). Taalbarrières en wachtlijsten belemmeren zorg. De gemeente investeert in groepscursussen Nederlands, maar er is te weinig capaciteit. Ook zijn er meer cultuursensitieve therapeuten nodig (SCP, 2020).
De gemeente Amsterdam nam een motie aan om statushouders mentaal beter te ondersteunen (Parool, 2023), om zware psychische problemen te verminderen en inburgering te verbeteren.
Deze verkiezingsspecial is gemaakt in samenwerking met Netwerk Nieuwkomers Amsterdam (NNA). De NNA wordt gefinancierd door de gemeente Amsterdam.
Yodit Kidane is afkomstig uit Eritrea en woont sinds 2014 in Amsterdam Nieuw-West. Ze begeleidt vooral jongeren die vanuit Eritrea naar Nederland komen, en ziet hoe ze bij hun integratie vaak worden belemmerd door de taal.
Yodit is werkzaam bij stichting SEZO binnen het project Eruna, dat zich richt op jonge nieuwkomers uit Eritrea. Het project biedt ondersteuning op het gebied van onderwijs, integratie en participatie. Yodits werk bestaat vooral uit het begeleiden van Eritrese jongeren richting werk en maatschappelijke deelname. “Voor veel jongeren is dit hun eerste houvast in Nederland,” zegt ze. “Ze hebben iemand nodig die de weg wijst en vertrouwen geeft.”
Bij Eruna krijgen deelnemers basiscursussen Nederlands en computerlessen. Deze lessen helpen nieuwkomers – onder wie jongeren uit asielzoekerscentra – op weg naar taalniveau A2 en het inburgeringsexamen. Er zijn ook deelnemers die al enkele jaren in Nederland wonen, maar toch extra ondersteuning nodig hebben bij taalvaardigheid.
Daarnaast volgen jongeren de Young Leaders Training, die onderdeel is van de Maatschappelijke Diensttijd (MDT). In dit programma komen onderwerpen aan bod als mentale gezondheid, sociale media, financiën, leiderschap, rolmodellen en het maken van keuzes voor de toekomst.
De meeste jongeren zijn twintigers. Vaak zijn ze in hun eentje uit Eritrea gevlucht. Familie, religie en gemeenschap spelen een belangrijke rol in hun leven. Maar als nieuwkomers ervaren ze uitdagingen op het gebied van taal en integratie.
Ondersteuning
Veel jongeren wonen nog in een asielzoekerscentrum of hebben pas recent een woning gekregen. Ze zijn bezig hun weg te vinden in Nederland. Bij Eruna krijgen ze hulp in hun eigen taal. Ze komen bijvoorbeeld langs met officiële brieven die ze niet begrijpen. Soms melden zich tijdens de inloopuren ook mensen die al langere tijd in Nederland verblijven, maar nog steeds vragen hebben.
De behoefte aan ondersteuning is dus breed. Veel jongeren willen graag werken en worden door Eruna geholpen bij het zoeken naar passende banen en het opstellen van hun eerste cv. Het vinden van werk is niet eenvoudig, vooral vanwege taalbarrières. “Taal is vaak de grootste drempel,” legt Yodit uit. “Zonder taal is het moeilijk om werk te vinden, maar ook om je zeker te voelen in gesprekken of opleidingen.”
Ook willen jongeren vaak beter begrijpen hoe het Nederlandse onderwijssysteem werkt. Binnen Eruna is ruimte voor zowel praktische hulp als persoonlijke gesprekken. Hoewel jongeren in principe ook terechtkunnen bij scholen of andere instanties, weten ze vaak niet precies waar ze moeten aankloppen.
Onbekend terrein
Binnen de Eritrese gemeenschap leven de gemeenteraadsverkiezingen niet erg, vertelt Yodit. Veel nieuwkomers zijn in eerste instantie vooral bezig met het opbouwen van hun leven. Politieke participatie krijgt minder prioriteit.
Daarnaast ontbreekt soms kennis over het Nederlandse politieke systeem. In Eritrea is stemmen geen vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven, waardoor het idee van verkiezingen voor sommigen onbekend terrein is. Wat ook een rol speelt, is dat mensen dankbaar zijn voor de kansen die ze hier krijgen, zodat ze soms minder kritisch kijken naar de keuzes binnen de politiek.
Volgens Yodit kan de gemeente meer doen aan tijdige en structurele voorlichting over verkiezingen. Voor de betrokkenheid zou het helpen als niet alleen vlak vóór verkiezingen, maar continu aandacht zou worden besteed aan democratische participatie. Hoewel op het gebied van onderwijs en integratie in Nederland veel goed geregeld is, ontbreekt het soms aan laagdrempelige informatie.
Bovendien zijn de wachttijden voor taallessen lang, terwijl een snelle start cruciaal is. “Juist in het begin willen mensen vooruit,” zegt Yodit. “Als ze dan lang moeten wachten, kan die motivatie afnemen.”
Ouders met kinderen hebben vaak ondersteuning nodig bij het begrijpen van het onderwijssysteem, bijvoorbeeld rond schooladviezen in het basis- en voortgezet onderwijs. Voorlichtingsbijeenkomsten in de eigen taal zouden hierbij helpen. Ook gesubsidieerde huiswerkbegeleiding voor kinderen van nieuwkomers zou veel uitmaken, vooral voor ouders die laaggeletterd zijn of de taal onvoldoende spreken om hun kinderen goed te begeleiden. “Werken aan de kinderen is werken aan de toekomst,” aldus Yodit.
Aangezien onderwijs bepalend is voor iemands ontwikkeling, is het een belangrijk thema tijdens het stemmen. Yodits advies aan kiezers is eenvoudig: maak gebruik van je stemrecht, kies op basis van wat jij belangrijk vindt en laat je goed informeren. “Als je iets niet begrijpt, vraag dan om uitleg op basis van feiten – niet op basis van iemands mening.”
Auteur: Ashraf Sahli
Fotograaf: Fadel Dawod
Sinds de invoering van de Wet Inburgering in 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het taalonderwijs aan statushouders als onderdeel van de inburgering. Voor veel statushouders is taalniveau B1 het uitgangspunt, het niveau dat je bijvoorbeeld nodig hebt voor de meeste opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Afhankelijk van het leervermogen kan ook een andere leerroute worden gevolgd.
Normaal gesproken beginnen statushouders met de inburgering zodra zij een eigen woning hebben. In Amsterdam kunnen sinds enkele jaren statushouders die nog in een azc wonen ook al beginnen met het inburgeringsprogramma.
Seare Tafere (63) is afkomstig uit Ethiopië en woont sinds kort in Amsterdam. Hij kreeg zijn verblijfsstatus in 2025, toen hij ruim twee jaar in Nederland verbleef. Sindsdien is hij op zoek naar werk, dat hij als eerste levensbehoefte ziet.
Seare ontvluchtte zijn land vanwege politieke problemen en conflicten tussen etnische groepen. Hij behoort tot de Tigrinya, een grote minderheidsgroep in Ethiopië. Voordat het gevaarlijk werd, werkte hij meer dan dertig jaar in de medische beeldvorming. Eerst als radiograaf, later als medisch radiologisch technoloog (MRT). Omdat er een gebrek aan radiologen was, maakte hij röntgenfoto’s, echo’s, CT- en MRI-scans en stelde hij bovendien diagnoses.
In Nederland was hij allereerst gericht op zijn veiligheid. Inmiddels heeft hij al drie maanden een woning in Amsterdam en leert hij de taal. A1 heeft hij inmiddels afgerond; dit jaar is hij begonnen met A2. Hij oefent zo veel mogelijk zelf door te luisteren, te praten en mensen te ontmoeten.
Maar werk vinden blijft lastig. “Taal is daarbij de grootste barrière”, vertelt Seare. En niet alle banen passen bij zijn leeftijd, of fysieke gesteldheid. Tillen, bukken of veel staan is te zwaar. Momenteel volgt hij een zes maanden durende cursus in koken en bediening – maar zijn hart ligt bij zijn eigen vakgebied.
Contactpersoon
Het liefst zou Seare als assistent-radiograaf werken. “Ik weet wat mijn niveau is. En dat een technoloog hier geen diagnoses mag stellen. Assisteren vind ik prima.”
Maar om in een ziekenhuis te werken is perfecte beheersing van de Nederlandse taal vereist. Hoewel zijn hbo-diploma in Nederland is erkend, laat de formele beroepsregistratie nog op zich wachten.
Hij is ook nog in afwachting van een eigen contactpersoon. In het azc hielp het COA met vertalen (Tigrinya en Amharic) en het zoeken van werk, maar had hij geen BSN of status, wat een grote belemmering vormde. Nu hij over beide beschikt, vormt de taal het probleem.
Een contactpersoon kan hem op de mogelijkheden wijzen, zoals een vrijwillige stage in een ziekenhuis, voor één à twee dagen per week. “Ik wil graag ervaring opdoen. Vrijwilligerswerk helpt anderen en het kost niets.”
Niet afhankelijk
Seare wil niets liever dan integreren en bijdragen. En daarbij is werk essentieel. “Werk is gezondheid. Werk houdt je scherp. Werk is energie. Het is als zuurstof, of water.” Hij wil dan ook veel liever werken dan een uitkering, ook als hij daarvan kan rondkomen. “Ik wil niet afhankelijk zijn. Ik wil ouderen helpen, of voor vluchtelingen vertalen.”
Als statushouder mag Seare stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026. Hij weet weinig van de details, maar het principe is hem duidelijk. Hij vergelijkt het met het gezegde dat als iedereen de ruimte voor zijn huis schoonmaakt, de hele straat schoon zal zijn; “Ieders stem heeft waarde, want samen kunnen we iets bereiken. Daarom zie ik stemmen als mijn recht én mijn plicht.” Zijn stem zal gaan naar een partij met sterke plannen voor nieuwkomers – en werk.
Auteur: Hisham Arafat
Fotograaf: Fadel Dawod
Werk voor statushouders in Amsterdam
In Amsterdam had in 2023 36% van de statushouders betaald werk – meer dan in veel andere steden en boven het landelijk gemiddelde (Vluchtelingenmonitor 2025, Onderzoek en Statistiek Amsterdam). Toch heeft twee op de drie nog geen baan. De gemeente biedt persoonlijke coaching via klantmanagers, jobhunters en het Traject Participatie en Taal (tot april 2026). Dit helpt met taal, werkervaring en meedoen. Er loopt een pilot (vanaf 2025) om asielzoekers sneller aan werk te helpen. Stemmen op 18 maart 2026 kan meer geld en betere begeleiding voor taal en banen opleveren.
Jephias Mundawaro (60) is een professionele ingenieur uit Zimbabwe en voormalig universitair docent. Maar ondanks zijn vele pogingen, kan hij zijn kennis hier niet benutten.
Jephias noemt zichzelf “nog altijd docent”, ook al heeft hij al jaren niet lesgegeven. “Je verliest niet wie je bent,” zegt hij. Hij gaf les aan de University of Zimbabwe, de University of Johannesburg en de Addis Ababa University. In Zimbabwe was hij ook voorzitter van de vakbond van universitair docenten en hielp hij demonstraties te organiseren voor betere arbeidsomstandigheden. Hij vertelt dat hij werd gearresteerd, mishandeld en bewusteloos werd achtergelaten in een bos. Zijn rug was op drie plaatsen gebroken. Nog altijd krijgt hij elke vier maanden een medische behandeling in Amsterdam.
Al zeven jaar woont Jephias in asielopvangcentra en tijdelijke huisvesting. Hij verbleef in Eindhoven en Roermond voordat hij in Amsterdam aankwam. Nadat hij een nachtopvang verliet, werd hij dakloos. Ondanks zijn diploma’s, waaronder extra studies in zonne-energie in Nederland, kwam hij moeilijk aan een verblijfsvergunning – en dus aan werk. Na een afgewezen asielaanvraag leefde hij een periode als ongedocumenteerde in Nederland. Uiteindelijk kon hij met steun van het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV) terug naar de asielprocedure. Nu woont hij in een azc in Amsterdam.
“Mijn dagelijks leven is verschrikkelijk,” zegt hij zacht. “Ik was altijd druk, moest honderden opdrachten nakijken. Nu word ik wakker, eet ik, slaap ik. Mijn leven staat gewoon stil.”
Trots
Zonder verblijfsvergunning is het lastig voor Jephias om zijn beroep uit te oefenen. Hoewel hij Nederlandse kwalificaties heeft en geregistreerd staat als gespecialiseerd in zonne-energie, zeggen werkgevers dat hij een vergunning nodig heeft. “Ze zeggen dat ik kan schoonmaken in een supermarkt,” zegt hij. “Maar ik ben ingenieur. Ik ben trots op mijn beroep.”
Hij ontvangt € 14 per week. Van dat bedrag moet hij vervoer en persoonlijke uitgaven betalen. “Ik verdiende vroeger het equivalent van € 5.000 per maand,” vertelt hij. “Het is onterend.”
En het gaat niet alleen om het geld. Jephias heeft zijn familie al zeven jaar niet gezien. Hij miste de bruiloften van zijn zoon en zijn dochter. De onzekerheid beïnvloedt ook zijn mentale gezondheid. Hij krijgt momenteel psychotherapie in een traumacentrum in Amsterdam en gebruikt slaapmedicatie. “Je blijft denken: Kom ik ooit uit deze situatie?”
Betrokkenheid
Jephias vindt dat asielzoekers en mensen zonder papieren vaak niet worden gehoord in politieke debatten. “Als je hier komt als vluchteling, staat je leven stil,” zegt hij. “Voor een ingenieur geldt: als je hem tegenhoudt, ontwikkelt de technologie zich verder. Het wordt moeilijk om bij te blijven.”
Lokale beleidsmaatregelen over asielopvang en steun voor ongedocumenteerde migranten zijn dan ook belangrijke onderwerpen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor noodopvang, maatschappelijke ondersteuning en toegang tot basisgezondheidszorg. Volgens Jephias is er meer betrokkenheid nodig. “Mensen weten niet wie wij zijn,” zegt hij. “Maar we kunnen bijdragen. We kunnen helpen om Amsterdam verder te ontwikkelen.”
Om zijn nek draagt Jephias nog steeds de sleutels van zijn oude universiteitskantoor in Zimbabwe. Hij bewaart ze al zeven jaar. “Ze hebben emotionele waarde,” zegt hij terwijl hij ze laat zien. “Dat kantoor was mijn leven. Ik geloof nog steeds dat dat leven kan terugkomen.”
Op zijn zestigste, bijna eenenzestig, noemt hij zichzelf een strijder. Hij citeert Nelson Mandela: “Er is een lange weg naar vrijheid.” Voor Jephias gaat die weg verder – dit keer in Amsterdam.
Auteur: Kamiran Sadoun
Fotograaf: Fadel Dawod
Ongedocumenteerde migranten in Amsterdam
Tussen de 10.000 en 30.000 ongedocumenteerde mensen wonen in Amsterdam, volgens de Ombudsman. Dit is een ruwe schatting, omdat zij nauwelijks in beeld zijn bij de autoriteiten. Veel mensen leiden bewust een zo onzichtbaar mogelijk bestaan uit angst voor uitzetting. Ongedocumenteerde migranten hebben geen recht op reguliere sociale uitkeringen, maar hebben volgens de Nederlandse wet wel toegang tot medisch noodzakelijke zorg.
Het huidige kabinet wil ‘onrechtmatig verblijf’ strafbaar maken. Dat plan moet nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Een meerderheid van de partijen in de Amsterdamse gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin ze zeggen de wet niet te zullen handhaven, als deze wordt aangenomen.
Wafaa Al-Attas (47) is creatief producent binnen de culturele sector. Zij komt oorspronkelijk uit Jemen en woont sinds 2015 in Amsterdam Nieuw-West. In haar werk ziet zij er op toe dat er ruimte is voor de oorspronkelijke cultuur van de migrant.
“Voor mij is cultuur niet alleen muziek en kunst, maar een geheel van principes, ethiek en omgangsvormen”, vertelt Wafaa over haar werk. “Kunst is een middel om dit geheel uit te drukken, een manier om een boodschap over te brengen en waarden te belichamen.”
Als voorbeeld noemt zij gastvrijheid, waar in elke cultuur anders mee om wordt gegaan. Gastvrijheid betekent in wezen eerbied voor de vreemdeling, dat wil zeggen het verwelkomen van iemand die anders is dan jij. In sommige culturen is de gast koning en wordt hij geëerd – niet alleen als sociale gewoonte, maar als een diepgewortelde morele waarde.
Maar om de ander te leren kennen is geduld nodig, en de bereidheid je in elkaar te verdiepen zonder oordeel. Het kost tijd om een veilige ontmoetingsruimte op te bouwen. “In die zin is onze manier van omgaan met de ander ook een vorm van kunst, die onze cultuur en waarden weerspiegelt,” aldus Wafaa.
Dialoog
In haar werk dienen de stemmen van anderen als inspiratie en wordt ruimte gecreëerd om te luisteren, de dialoog aan te gaan. “We creëren niet alleen een voorstelling, maar een ervaring.”
Aangezien cultuur een grote rol speelt in het leggen van verbinding, is het volgens Wafaa belangrijk dat beleid zich niet richt op het verzwakken van die oorspronkelijke cultuur van een immigrant – dat zal het integratieproces alleen maar tegenwerken. En een belangrijk onderdeel van de oorspronkelijke cultuur is de taal. “Een van de problemen waar nieuwkomers vaak tegenaan lopen, is een gebrek aan informatie. Die is vaak vooral beschikbaar in het Nederlands. Wanneer communicatie moeilijk is, brengt dat een gevoel van afstand met zich mee.“
Dat roept een belangrijk punt op over burgerparticipatie, zoals verkiezingen of buurtbijeenkomsten: als mensen worden opgeroepen om mee te doen, moeten de manieren om deel te nemen voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn. “Als informatie in meerdere talen of duidelijker wordt overgebracht, kan dat het gevoel van nieuwkomers versterken dat ze daadwerkelijk deel uitmaken van het besluitvormingsproces.”
Nu wordt van nieuwkomers, die aankomen met koffers vol ervaring en kennis, gevraagd te doen alsof dat allemaal niet meer telt. De kloof die daar het gevolg van is, is een van de punten waarop Wafaa zich artistiek richt.
“In mijn werk verbeeld ik ervaringen rond integratie op een artistieke manier, met als doel deze beter zichtbaar te maken binnen de Nederlandse samenleving. Zo probeer ik mensen ook bewuster te maken van hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van integratie, en bijvoorbeeld ruimtes te creëren waarin de positie van de ‘gast’ verschuift van iemand die voortdurend wordt gevraagd zich aan te passen naar iemand die kennis en ervaring met zich meebrengt en de samenleving als geheel kan verrijken.”
Blinde vlekken
Vanuit de gemeente worden wel initiatieven genomen om de ontmoeting tussen mensen met verschillende achtergronden te stimuleren, maar er zijn ook de nodige “blinde vlekken”. Dat blijkt uit het feit dat sommige problemen generatie op generatie terugkeren.
“De kern ligt mogelijk in het heroverwegen van het concept integratie zelf,” zegt Wafaa. “Beginnen we met de ander te vragen zich aan te passen, of accepteren we hem als een volwaardige partner in de samenleving?” Zolang die basis niet wordt herzien, blijven de resultaten beperkt, zelfs bij welgemeende inspanningen.
Op de vraag of zij gaat stemmen, antwoordt zij dat we niet mogen opgeven. Als we niet stemmen, nemen de tekortkomingen van het systeem toe ten koste van de groepen die cultureel en sociaal kwetsbaarder zijn.
“Ik geloof in het kiezen van individuen, niet van partijen. Wanneer mensen met visie aan de macht komen en samenwerken, zijn ze in staat de realiteit te verbeteren.”
Auteur: Ashraf Sahli
Fotograaf: Fadel Dawod
Amsterdam heeft een enorm groot cultureel aanbod. Er zijn veel musea, theaters en podia voor live muziek. Veel culturele instellingen in de stad, maar ook individuele makers, worden financieel ondersteund door de gemeente. Over hoeveel geld de gemeente moet besteden aan cultuur, en welke culturele uitingen belangrijk zijn, verschillen de politieke partijen van mening. In de verkiezingsprogramma’s lees je meer over hun standpunten.